9.7.18

Conspiracy Museum (5)

Afgelopen vrijdag stond er in NRC Handelsblad een interview met de Madeleine Albright, de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, naar aanleiding van haar nieuwe boek over de dreiging van fascisme. Daarmee doelt ze op regeringsleiders als Maduro van Venezuela en Orban van Hongarije. In NRC geen vragen over haar uitspraak als zouden de 500.000 dode kinderen ten gevolge van de aan Irak opgelegde sancties 'het allemaal waard' zijn geweest. Wel vertelde ze over haar bezoekjes aan Bill Clinton in het Witte Huis, hoe die dan over een kruiswoordpuzzle gebogen zat en bij die gelegenheden 'briljant' was.

Aan dat beeld van de president met die kruiswoord-puzzle moest ik even wennen; we zijn destijds nu eenmaal doodgegooid met heel andere verhalen over zijn dagbesteding aldaar. Ik had graag geweten om wélke kruiswoord-puzzles het ging, maar die vraag werd Albright evenmin gesteld. Hou mij daarom ten goede, als ik veronderstel dat het de dagelijkse kruiswoord van The New York Times zal zijn geweest, waarvan de  moeilijkheidsgraad me uitdagend genoeg voorkomt om je briljante geest aan te kunnen slijpen. Ik heb overigens minder moeite met het beeld van die puzzle, dan ik zou hebben als ze Clinton aangetroffen had verdiept in de rest van de krant. Wat zou iemand als hij moeten opsteken uit een krant die ten tijde van de Hongaarse verkiezingen George Soros op de eerste plaats  introduceerde als zijnde een filantroop. Het was sowieso vreemd Soros geïntroduceerd te zijn als een man van wie we misschien nog nooit hadden gehoord, maar filantroop lijkt me geen passende eerste omschrijving voor iemand die zelf altijd heeft benadrukt dat juist niet te zijn: Soros steekt naar eigen zeggen nooit geld in een zaak waarvan hij verwacht dat die hem geen geld op zal leveren.

Clinton heeft bij verschillende gelegenheden verklaard in zijn aspiraties en politieke filosofie in belangrijke mate te zijn beïnvloed door zijn vroegere mentor, de hoogleraar Carroll Quigley. In zijn hoofdwerk Tragedy and Hope beschrijft Quigley uitvoerig hoe onze wereld eind 19e, begin 20ste eeuw gestalte kreeg door de samenkomst van grootverdieners als Cecil Rhodes aan een Ronde Tafel van superimperalisten, waar op feodale wijze de touwtjes van het financieel kapitalisme werden samengebonden ter beheersing van het politieke systeem in ieder land en de economie van de wereld in z'n geheel. Parbleu, een complottheoreticus? Men is er lang voor teruggedeinsd een eminente historicus met dergelijke academische geloofsbrieven, die bovendien archivaris was van de Council of Foreign Relations, als zodanig te bestempelen. Aan het eind van zijn carrière ondervond hij echter wel hoe de uitgevers om allerlei vage redenen zijn werk weigerden te herdrukken, .  

Paul Craig Roberts schreef laatst: 'Iedereen die de Westerse pers gelooft, leeft in de Matrix.' En in het boek Baltische zielen van Jan Brokken merkt een inwoner uit die regio op hoe Oost-Europeanen door hun ervaringen met het communisme hebben geleerd hun eigen pers te wantrouwen, maar dat men in het Westen nooit aan dat stadium is toegekomen. Nu schijnt het zo te zijn dat het merendeel van de Amerikaanse bevolking intussen nog weinig geloof hecht aan hetgeen hun mainstream-pers verkondigt. Hier hebben we daar gelukkig geen last van. Van ondervraagde Nederlanders gaf 96% procent recentelijk te kennen onze media juist erg goed te vinden. Aldus de mainstream-pers.

Misschien werd het laatste woord in dit verband al in 1880 gezegd door John Swinton, chief editor of staff van The New York Times, tijdens een persbanket:
'There is no such thing, at this date of the world's history, in America, as an independent press. You know it and I know it.
There is not one of you who dares to write your honest opinions, and if you did, you know beforehand that it would never appear in print. I am paid weekly for keeping my honest opinion out of the paper I am connected with. Others of you are paid similar salaries for similar things, and any of you who would be so foolish as to write honest opinions would be out on the streets looking for another job. If I allowed my honest opinions to appear in one issue of my paper, before twenty-four hours my occupation would be gone.
The business of the journalists is to destroy the truth, to lie outright, to pervert, to vilify, to fawn at the feet of mammon, and to sell his country and his race for his daily bread. You know it and I know it, and what folly is this toasting an independent press?
We are the tools and vassals of rich men behind the scenes. We are the jumping jacks, they pull the strings and we dance. Our talents, our possibilities and our lives are all the property of other men. We are intellectual prostitutes.'
There is no such thing, at this date of the world's history, in America, as an independent press. You know it and I know it.
There is not one of you who dares to write your honest opinions, and if you did, you know beforehand that it would never appear in print. I am paid weekly for keeping my honest opinion out of the paper I am connected with. Others of you are paid similar salaries for similar things, and any of you who would be so foolish as to write honest opinions would be out on the streets looking for another job. If I allowed my honest opinions to appear in one issue of my paper, before twenty-four hours my occupation would be gone.
The business of the journalists is to destroy the truth, to lie outright, to pervert, to vilify, to fawn at the feet of mammon, and to sell his country and his race for his daily bread. You know it and I know it, and what folly is this toasting an independent press?
We are the tools and vassals of rich men behind the scenes. We are the jumping jacks, they pull the strings and we dance. Our talents, our possibilities and our lives are all the property of other men. We are intellectual prostitutes.'

Ik kwam dit citaat onlangs weer tegen, op de fb-pagina van theatermaker George van Houts, die aan de weg timmert met voorstellingen over de werking van ons bankwezen, de 'officiële complottheorie' van 11 september e.d. Omdat Van Houts vooral bekend was als satiricus, heeft zijn ondernemingslust geleid tot de nodige bezorgdheid op tv en in bijvoorbeeld de Volkskrant. Waar men zich had kunnen afvragen waarom anderen zich niet ook durven te wagen aan onderwerpen die blijkens de respons wel degelijk leven onder het publiek, ging de krant op zoek naar de psychische gesteldheid van Van Houts, aan de hand van gesprekjes met vakgenoten en kennissen. Volgens hen bestond er inderdaad reden tot zorg. Van Houts, zo diagnosticeerde een oud-collega, zat de hele tijd achter zijn computer in plaats van te kijken naar Netflix.

Als vijfde object zouden we, om de rol van de media te onderstrepen, natuurlijk de geciteerde tekst van John Swinton op een wandtegel kunnen overnemen. Maar ik stel iets anders voor: een exemplaar van The New York Times, opengevouwen op het pagina-gedeelte van de kruiswoord-puzzle. En die dan helemaal correct ingevuld. Dat laatste, omdat ik ontdekt heb dat er behalve een website genaamd de anti-New York Times, waarin geregeld vermeende groteske onwaarheden in die krant tegen het licht worden gehouden, ook eentje bestaat genaamd de anti NYT-kruiswoord-puzzle, waarop 's ochtends reeds alle oplossingen voor de puzzle van die dag staan vermeld. Die president toch. Ik zou niet durven twijfelen aan wat ze zijn 'briljante' vermogens noemt, maar om Bill Clinton te verrassen had mevrouw Albright vermoedelijk toch nog net iets vroeger moeten opstaan.