5.7.18

Conspiracy Museum (3)

Om te bepalen waarover we 't hebben als we 't hebben over complottheorieën en conspiracies zouden we kunnen uitgaan van de definitie die David Aaronovitch voorstelde in Voodoo Histories: een ingewikkelde verklaring zoeken voor een llegale of immorele actie, terwijl er een meer eenvoudige voor de hand ligt. Dus aangaande de moord op Kennedy je buigen over allerlei theorieën, terwijl we in Oswald over een volbloed kandidaat beschikken. Ik vrees echter dat het moderne spraakgebruik zich van deze definitie weinig aan zal trekken. Als iemand je uitscheldt voor een complottheoreticus, dan bedoelt men dat je gelooft in dingen die er niet zijn, waarmee de eerste door Aaronovitch verworpen definitie opgeld doet (de tweede was het geloof in een immense samenzwering die vanachter de schermen het complete wereldtoneel beheerst).

Met de opvatting van een complottheorie als het geloof in iets niet-bestaands, volgt het spraakgebruik keurig de richtlijn zoals die door de bron is uitgezet. Ik bedoel dit: natuurlijk zijn complotten en het denken daarover zo oud als de weg naar Rome ('Ook Gij, Brutus?!') en zullen de termen in de aanloop van de Franse revolutie ook over menige salontafel zijn geslingerd, maar in onze tijd dateert de term conspiracy theory als ik 't goed begrijp van na de moord op Kennedy, of beter gezegd na de publicatie van het Warren Report hierover door de Amerikaanse overheid waarin elke andere theorie dan de officiële naar de officiële prullenmand werd verwezen. In een memo dat de CIA begin 1967 deed uitgaan, werd beambten die zich bezig moesten houden met degenen die zich niets bleven aantrekken van die prullenmand, deze term aan de hand gedaan om hun lastige klanten eens even ferm weg te zetten. Dat die klanten intussen tot een meerderheid van de Amerikaanse bevolking schijnen te behoren, maakt in dit verband geen enkel verschil.

Zo verstaan is een complottheorie een complottheorie tot is toegegeven dat ie wèl waar is. In het geval van Kennedy kun je daar lang op wachten. Soms loopt 't anders: eind vorige eeuw zag je spoken als je beweerd zou hebben dat we massaal afgeluisterd worden, dat 'ze' alles van ons weten en overal kunnen volgen, maar sinds de onthullingen van Edward Snowden inzake de praktijken van de NSA om de een of andere reden mainstream zijn gegaan, huizen die spoken niet langer in een imaginair kabinet doch bewegen ze zich voor iedereen zichtbaar door alle vertrekken. Daarmee zijn we toen één complottheorie armer geworden. Een ander voorbeeld vormt 'MKUltra': vrijgegeven documenten toonden aan dat drugs, hypnose en andere psychologische praktijken systematisch zijn ingezet om niets tot weinig vermoedende sukkels zo ver te krijgen onbewust duistere klussen te klaren of daar voor op te draaien. Politici te doden, of een van de Beatles, ik noem maar wat.

De moord op Kennedy, en de nasleep ervan, kunnen we dus gevoeglijk beschouwen als de moeder der complottheorieën. Over wie of wat daar met welk motief precies verantwoordelijk voor waren, zijn we het anno 2018 met z'n allen nog niet eens geworden. Vele scenario's vechten om onze aandacht: Kennedy zou de centrale bank, in handen van een club particuliere woekeraars, terug terug hebben willen geven aan het volk, Kennedy wilde Amerika verlossen van de oorlog in Viëtnam, Kennedy zou het bestaan van ufo's of leven op Mars gaan bevestigen, Kennedy wilde Israël verhinderen een atoombom te kunnen produceren. Kennedy zou de Grote Samenzwering waar hij tegenaan was gelopen en kort voor zijn dood voor waarschuwde (bij Kennedy is alles kort voor zijn dood), hebben willen elimineren - dezelfde samenzwering waarover FBI-baas J. Edgar Hoover gaarne mocht uitweiden: zo groot en immens dat de mensen het nóóit zouden geloven.
Wat dat betreft ligt het motief voor de moord op Kennedy's broer een paar jaar later iets gemakkelijker: die zou eenmaal aan de macht meteen achter de Ware Daders van moord op zijn broer zijn aangegaan.

Met die notie van Hoover, en Kennedy zelf, zijn we even terug bij de tweede door Aaronovitch verworpen definitie van een complottheorie. Die van de alles bepalende zwarte hand achter de wereldgebeurtenissen, met vele vingers. Je komt 'm wel meer tegen. Arnon Grunberg zag ik hem eens gebruiken voorop de Volkskrant: omtrent mensen die het schip der rede hebben verlaten en zich bij hun wereldoriëntatie op iets dergelijks verlaten. Ook hoorde ik eens, staand op een schip, midden in de nacht, ik had wat gedronken, het was in het haventje van Volendam geloof ik, van een ander schip pal ernaast heel luid een hiphop-plaat schallen -  een boze zwarte stem denderde over het water, alles opsommend waaraan hij een hekel had, hij haatte dit, hij haatte dat, hij haatte die en die, en ook haatte hij 'de Samenzwering'.

Hoe we die, met het oog op het Conspiracy Museum, in beeld gaan brengen, daar denk ik nog even over na, maar ten aanzien van Kennedy, of beter gezegd de geheime diensten met hun memo's, heb ik wel een idee. Als derde object vor het museum stel ik voor niet de limousine uit Dallas te halen of de Magic Bullet, maar iets...eigentijdser, dat de werking en het werk van al die geheime drie-letterorganisaties vermag te illustreren: het zogenaamde boekenplankje van Osama Bin Laden. De inhoud daarvan is te vinden op een site van de Amerikaanse overheid, en neem van mij aan dat er veel werk is gaan zitten in de realisatie daarvan. Deze literatuurlijst is heel uitgebreid, met een Arabische sectie natuurlijk, en een Franse afdeling, maar ook een uitgelezen om niet te zeggen state-of-the-art conspiracy-sectie, alsmede een niet minder courante verzameling boeken over de geldmarkt, beursmanipulatie en elektronische algoritmiek. De auteurs van die boeken toonden zich desgevraagd op z'n zachtst gezegd verbaasd dat de Oude Man uit de bergen daar de hand op weten te leggen. Ik kan en wil me er geen voorstelling van maken hoe hij de tijd gevonden heeft die allemaal te lezen, bij alles waar hij verantwoordelijk voor heet te zijn geweest. Temeer daar ons kort na die overval in Pakistan verzekerd werd dat zijn stulpje tot de nok toe gevuld was met geld, drank en naakte wijven, althans whiskey, cigaretten, porno-video's et cetera.

Ik mag mij daarentegen graag voorstellen hoe de inbeslagname van al die sophisticated literatuur in z'n werk is gegaan. Dat stoere SEAL-team kwam daar met veel tam tam uit de lucht gevallen, de helicopters raasden dat 't een aard had, de compound werd deskundig in de hens gejaagd, de buren met salvo's over de kling gejaagd, waarna de oude baas onder luid protest uit zijn man's cave werd gesleept - en terwijl de ganse boel in no time tot as werd gereduceerd, stond er een dappere kapitein op die riep: 'Stop jongens, laten we voordat we vertrekken om 'm als lijk in de grote zee van het grote zwijgen te droppen, nog even zijn boekenkastje redden, voorzichtig, 't moet allemaal keurig worden genoteerd om later op een site te worden overgenomen, wie van jullie spreekt er Arabisch?'

Boze tongen - je weet wel, complottheoretici die beweren dat Bin Laden een CIA-asset was die al vóór 11 september genoemd werd als degene die verantwoordelijk zou worden gehouden voor de aanslagen, en die getuige een bericht in Le Monde in juni 2001 al aan een dodelijke nierziekte leed toen hij in zijn tentwoning bezoek kreeg van de CIA-baas - hebben er even over gedaan om sense te maken van een en ander. Was 't nou zo dat ze Bin Laden eerst wilden afschilderen als een complete no-no die, dronken en verslaafd, helemaal niet de verheven leider was die sommige moslims in hem zagen? Om het imago vervolgens bij te schaven aan de hand van dat puike boekenplankje in de richting van een nog alleszins relevante want goed ingevoerde Vijand - tien jaar na dato, toen iedereen hem al zo ongeveer vergeten was? Op een moment dat iedereen in de VS meer bezig was met het eindelijk, eindelijk vrijgegeven geboortebewijs van Obama waarvan op internet al meteen en luttele dagen voor de actie in Pakistan werd aangetoond dat het een uit de losse pols gephotoshopt document betrof? Het SEAL-team zou ons wellicht meer hebben kunnen vertellen, maar helaas houden de leden ervan door een jammerlijk vliegtuigongeluk kort na hun optreden Bin Laden voor eeuwig gezelschap in de grote zee van het grote zwijgen.

We kunnen het Hawaiiaanse geboortebewijs van Obama - waarover je na de actie in Pakistan vreemd genoeg niemand meer hoorde - natuurlijk ingelijst ophangen naast het boekenplankje van Bin Laden. Ik herinner me dat het ondertekend was door een ambtenaar genaamd J. Ukelele, die zich intussen helaas evenmin nog onder ons bevindt. En daar dan weer een bericht naast dat ik kort na de aanslagen van 11 september in de Volkskrant tegenkwam, over hoe een Amerikaans ministerie bekend had gemaakt in de zojuist ontbrande War On Terror ook gebruik te zullen gaan maken van onware berichten. Alles voor de goede zaak. Dat zouden ze in deze tijd van commotie rond fake nieuws niet meer in hun hoofd durven halen. Edoch, het verklaart een hoop over de informatie die sedertdien en uit die hoek tot ons is gekomen.

Maar het moet niet te vol worden in zo'n museum. Wie moet dat straks allemaal gaan afstoffen, met zo'n gezellig blonde pluum? En wat moet zo iemand de rest van de dag doen? Voordat je 't weet zitten we in de werkverschaffing. In dat verband zou ik echter wel iemand weten. In de nadagen van Obama's presidentschap stond in de New York Times een uitgebreid stuk waarin diens speechschrijver aan het woord kwam en belicht werd. Zulke achtergrond-figuren zie je zelden zo geportretteerd, de reden dat hij had toegestemd was vermoedelijk dat hij binnenkort op zoek moest naar een nieuwe baan. Al die schitterende toespraken van Obama bleken te zijn geschreven door een betrekkelijk kleurloze, joodse kantoorklerk die zich elke dag heel saai op dezelfde uren met de metro van en naar zijn werk in het Witte Huis begaf. Dit te ontdekken, dat vond ik nog eens een deceptie.