3.7.18

Conspiracy Museum (1)

Een kennis van me suggereerde een tijdje geleden om een komplot-museum te beginnen. 'Goed idee, moet je doen', luidde mijn reactie. Intussen is er nog steeds geen gebouw geopend waar je binnen kunt lopen. Het idee is nu om, in afwachting van de opening, zo'n museum virtueel op te starten.

Het eerste object dat ik voorstel om er in op te nemen, is een boek uit 2009 getiteld Voodoo Histories: How conspiracy theory has shaped modern history. De auteur, David Aaronovitch, is een in Engeland bekende columnist van o.a. The Times en The Sunday Times. Dit laatste veronderstelt al dat hij gangbare complottheorieën niet onderschrijft en dat doet hij ook niet.
Wat zijn werk interessant maakt, is dat het een van de weinige is die ik ken waarin vanuit een wetenschappelijke benadering, dus op basis van gedegen onderzoek, en op een onmiskenbaar onderhoudende manier gepoogd wordt met zulke theorieën en gros én stuk voor stuk af te rekenen. Het voorziet het museum op die manier van een waardige contrapunt, om het zo eens te zeggen. Het is een heerlijk geruststellend gevoel om een boek na lezing weg te kunnen leggen in de overtuiging dat het allemaal niet waar is wat sommigen beweren, dat het allemaal gewoon waar is wat je verteld wordt door regeringen en kranten.

Hoe definieert Aaronovitch een complot? Niet als de eerste de beste samenkomst van twee of meer mensen die iets illegaals of immoreel van plan zijn, of veiligheidsagenten die bijvoorbeeld inbreken om de belangen van overheden of bedrijven te beschermen, of een 'afspraak of je moeder niet te vertellen dat je bij je vriendje slaapt'. Ook niet, en hij citeert hier een paar onderzoekers, als de theorie van een complot dat simpelweg nooit heeft plaatsgevonden, of die van een gigantische samenzwering als drijvende kracht achter historische gebeurtenissen; de eerste acht hij onwerkbaar (hoe bewijs je categorisch dat iets niet bestaat), de tweede verwerpt hij omdat ze bijdragen aan een wereldopvatting waarin de autoriteiten, 'inclusief degenen die wij kiezen, systematisch corrupt en onwaarachtig zijn'. Hij kiest voor toeschrijving aan moedwillige derden van iets waarvan het waarschijnlijker is dat het ongepland of onbedoeld heeft plaatsgevonden. Aan de geheime acties van een partij van iets dat redelijkerwijze op een minder ingewikkelde manier uitgelegd kan worden. 'Het ligt bijvoorbeeld,' schrijft hij, 'meer voor de hand dat er in 1969 daadwerkelijk mannen op de maan zijn geland dan dat er duizenden mensen zijn ingeschakeld om een gefabriceerde deceptie in stand te houden.'

De maanlanding, daarmee zijn we in dit verband helemaal thuis. Tussen de moord op Kennedy, Marilyn Monroe en 11 september, die ons als voornaamste iconen op het omslag  de achterflap tot aanschaf noden, komt de maanlanding er in dit boek bekaaid af. Wie een gedegen bewijsvoering verwacht van de Neil Armstrongs stappen op de maan, moet het doen met de zojuist geciteerde common sense. De landing duikt verder alleen even op aan het begin van zijn relaas, als 'drijvende kracht' achter het schrijven van dit boek: ergens op reportage in Noord-Afrika, aan het begin van deze eeuw, raakt Aaronovitch voorgoed verbijsterd als hij ontdekt dat een voor de rest best slimme cameraman het als een vast gegeven beschouwt dat de maanlanding een fake-operatie is geweest. Diens eventuele argumenten noemt hij niet en naderhand heeft hij hem ook nooit meer ontmoet.

Wel gaat hij in de VS op bezoek bij allerlei kleurrijke figuren die het conspiracy circus  bevolken. En die hun publieke bestaansgrond ontlenen aan theorieën die in tegenspraak zijn met officiële versies. Met name 'birthers and truthers' zoals hij dat noemt, verwijzend naar actievoerders die resp. geloven in de geboorte van Obama buiten Amerikaans grondgebied en een alternatieve toedracht van 11 september. In Engeland zijn er de dood van prinses Diana en die van David Kelly, de microbioloog en defensie-ambtenaar aan wiens zelfmoord ten tijde van de Britse deelname aan de tweede Irak-oorlog door velen getwijfeld wordt. Niet door Aaronovitch, krijg je de indruk, Kelly was al suïcidaal, schrijft hij. En Diana was niet zwanger van een Arabier. Zoals Oswald vóór Kennedy al een andere politicus op de korrel had proberen te nemen.

Meer dan het ontkrachten van argumenten is de werkwijze van Aaronovitch echter gestoeld op die van de doorgewinterde debater, arguer, zoals hij het zelf noemt. Die komt er op neer in plaats van de kwesties an sich een bepaalde figuur onder de loep te nemen, bijvoorbeeld een 11 september-onderzoeker, diens argumenten te noemen, en dan diens reputatie te bevragen (wat betekent het inzake die aanslagen je als wetenschapper te verkopen waar je slechts geschoold bent in de theologie?) en uit te komen bij een of andere particuliere ongerijmdheid die zo'n onderzoeker ergens ten beste geeft. Dan is het goed scoren, maar de genoemde argumenten zijn daarmee niet automatisch onderuit gehaald. 

Hoewel hij als je goed leest ruimte laat voor andere lezingen dan de zijne - zo stelt hij tegen het einde dat elke onderzoeker, inclusief hij zelf, goed voor ogen moet houden dat de zoektocht gericht moet zijn niet op bevestiging van de eigen bevindingen maar op de falsificatie daarvan - zou zijn eigen werk volgens zijn eigen benaderingswijze weinig kans maken op overleving. Behalve als een gestudeerde en gearriveerde media-scribent, positioneert Aaronovitch zichzelf als een gelukkige huisvader - en daarmee als tegenpool van de Eenzame Gekken die zoals wij weten alle genoemde en ongenoemde aanslagen op hun geweten hebben - maar staat hij tevens bekend als vriend van de toenmalige premier Tony Blair. Wiens deelname aan de Amerikaanse invasie in Irak hij destijds onderschreef.  Aaronovitch - die zichzelf qua genen graag definieert als een half-Ierse, half-joodse Brit uit een trotskistisch nest - is zelfs on record voor de belofte, dat als het niet waar zou blijken te zijn dat Irak over massa-vernietigingswapens beschikte, hij nooit meer zijn regering of welke regering dan ook zou geloven.

Aan die toezegging heeft hij zich weinig gelegen laten liggen. Het tekent zijn reputatie als schrijver, en debater, hoe hij de kwestie van die wapens hier weet in te brengen: als hij 't heeft over bepaalde theorieën volgens welke er op 11 september geen vliegtuigen maar hypermoderne wapens zijn gebruikt waarvan wij het bestaan niet eens vermoeden, zegt hij: dus we moeten geloven dat de Amerikaanse regering tot zulke ingewikkelde manoeuvres in staat zou zijn, terwijl ze het niet eens gelukt is een paar massa-vernietigingswapens te verstoppen in de immense woestijn die het grootste deel van Irak uitmaakt?

Tja.


(files under: Daar ga je Deibel!)