22.9.12

Proletarisch kerken


Zo komt Japie de dromer door de schrale zomer dacht ie, terwijl hij zich een weg trachtte te banen langs het laatste struweel dat hem nog scheidde van de Lowlands Weed Company.

Als er bij de huidige krapte der markten ergens nog iets te blowen viel, dacht Japie, was 't hiero. Hij had een nieuwe video voor Kees meegenomen, Girls From Tibet.
Van Arie.
Met gezellige dansmariekes, die Kees vast wel op zouden weten te vrolijken.

Maar dat viel vies tegen. Kees Hoekert had geen afspeelapparatuur.
Erger nog, van het Heilige Kruid had hij evenmin iets in huis. 
Al anderhalve week niet.
'Mijn halve oogst is...'
'Gegritst?'

'… weggegritst.'

'Het moet ook niet erger worden,' liet Japie zich ontvallen in een halfslachtige poging tot medeleven.
Wat ie wel had zei Kees, was een biertje.
Japie haalde z'n schouders op.
Het was iets.
Kees kroop het vooronder in.

Verkeerd zat 't niet, stelde Japie vast, zo op het water na een warme dag.
Kees kwam terug met een blikje.
''t Is een Dommelsch!' riep hij.
'Geeft niet, geef maar.'
Japie nam een paar teugen.

Ze waren stil en tuurden over het water de vooravond in. Toen begon Kees de verschillende vogelen te benoemen zoals die roekeloos over het water scheerden.

'Op het Yland zag ik vandaag een Vlaamse Gaai zitten,' zei hij en hij legde uit waarom ie deze soort zo gemakkelijk herkende.
'In Amsterdam zitten ongeveer 300 reigers,' heette 't vervolgens.
'En hoeveel daarvan op de vaart hier?'
'Drie.'

Even later stond er zowaar eentje aan boord.
'Komt iedere dag voor een hapje,' zei Kees.

Hij stond op om opnieuw het vooronder in te kruipen, nu voor een hapje.

Japie bezag koeltjes de reiger, die op één poot op z'n hoede stond te staan.
De hals vormde een perfecte S.
Een zwarte kat bewoog zich al even behoedzaam langs Japie's voeten.

'Het begon toen ie een stuk van z'n snavel miste,' zei Kees toen hij terug was met het hapje. 'De eerste anderhalve centimeter. Maar dat Is weer aangegroeid. Daarna is hij blijven komen.'

De ervaring had hem geleerd, ging hij verder, dat je ongeveer 30 cm afstand moest houden.
En de kat en de reiger lieten elkaar met rust. Ze waren volgens hem aan elkaar gewaagd.
De hapjes voor de reiger betrok hij uit het afval van de viskraam aan de overkant naast de kerk.

'Hun dynamiek kan alleen in glijvlucht worden gebruikt,' sprak Japie.
Hij wist heus ook wel wat van beesten.

*
 

Ze kwamen te spreken over vroeger. Over de Kabouters bijvoorbeeld, een voortzetting van Provo, in 1970. Ze bleken allebei bijeenkomsten te hebben bezocht van de overkoepelende 'Oranje Vrijstaat', in een pand ergens aan de Nieuwe Herengracht.

Japie herinnerde zich Joop Peters, van Aksie '70. Een kraakbeweging avant-la-lettre. Peters was een opvallende verschijning geweest, in zijn dikke duffele jas, met zijn voor die tijd nogal reactionaire vetkuif.
Twee jaar later had Japie zelf een huis gekraakt, ergens In Oud-West.
Geen sinecure, in die dagen.


Joop Peters kwam namens de Kabouters in de gemeenteraad, vertelde Kees.
'En wat deed ie zodra het weerbericht 'n beetje aantrok? Hij met VAKANTIE!
Daar keken de Kabouters wel even van op.'

Joop ging op de bonnefooi naar Spanje en bezocht er mooie kerken.

'Joop inbreker van zijn vak,' ging Kees verder. 'En toen hij telkens bij elk Offerblok geld zag liggen, veel geld, dat de mensen daar neergooiden, besloot hij er op zeker moment z'n deel van te nemen. Dat ging fout en Joop belandde in een Spaanse cel.
Het aardige was dat de gemeente Amsterdam er direct werk van maakte.

Een raadslid in de cel, dat kon niet.
Zo kwam Joop al snel weer vrij en keerde hij terug in de raad alsof er niets was gebeurd.'
 'Ach ja,' mompelde Japie. 'Eerlijk kan soms ook wel verrekte lang duren.'

Er passeerden enige dierbare overledenen de revue.
'Jan Bresser, ik denk nog iedere dag aan hem,' zei Kees, starend over de waterspiegel. Bresser, zo vertelde hij, was archeoloog geweest. Had nog vóór de Betuwe-lijn uit gegraven.
Toen kwamen ze weer op levenden. 
Zoals de voorzitter van de Friese Dienstbode, Erdwin Spits.
Die was aanstaande maandag jarig, wist Japie.
'Zou ie 't vieren?' vroeg Kees zich af.

Hee, dat zou Japie kunnen gaan vragen aan 'm. Erdwin Spits woonde niet ver hier vandaan en voor 'n beetje wiet aanbellen bij een kennis bij wie je nog nooit thuis bent geweest was béétje silly, maar met zo'n dúbbele vraag durfde ie wel aan te komen.
Hij beloofde 't Kees te zullen laten weten en ze namen afscheid.


Even later stond hij voor de juiste deur en werd hij binnen genood.
De voorzitter zat juist tv te kijken. Een speelfilm, Almost Famous.
Of Japie die film kende.
Ja, die kende ie wel.  Maar veel zin om te kijken had ie niet.
'Als je zit te kijken,' zei de voorzitter, 'denk je: dit kan toch niet missen. Wat scheelt 't nou nog helemaal. Maar ja hoor, wéér niet. Almost!'


De Voorzitter bleek niet van plan te zijn veel te gaan doen rond zijn naderende jaardag. Wat wiet daarentegen was hij wel bereid af te staan.
Armoe, hier waren ze 't roerend over eens, daar deed je 't toch allemaal voor.

Niet veel later stond Japie weer buiten. Opnieuw beklom hij z'n ijzeren paardje en opgewekt begaf hij zich op weg.
IJle hoogvlaktes wenkten.



(2007)